Steppen op een Kickbike: zó doe je het!

sneller steppen

Meer techniek, meer snelheid.

Steppen is érg  sportief en eenvoudig om te doen. Met onderstaande tips ben je snel een volleerd en geoefend stepper. Wil je eerst een step huren, kijk dan op onze huursite. In Amersfoort staan veel modellen klaar om uitgebreid te testen.
Veel Kickbikes, Yedoo’s, Crussis’, Mibo’s en Kostka’s leveren we uit voorraad of staan binnen een dag voor je klaar. Woon je verder weg, dan sturen jouw step in veel gevallen zelfs gratis op! Kan je de volgende dag al steppen….

1. De wissel

Wissel regelmatig het been af. Na 3 tot 12 passen wisselen. De top van de wedstrijdrijders wisselt na 3 of 4 passen, in meer recreatieve tochten zie je een lager wissel tempo, 8 á 10 keer, soms meer. Belangrijk is dat tijdens het steppen je been niet verzuurt op de plank, want dat been verbruikt de meeste energie. Niet het het been waarmee je afzet.

Tijdens het steppen heb je de wissel snel door.

De wissel heb je snel onder de knie.

Het wisselen zal voor een beginner even wennen zijn, maar na een paar weken steppen wordt het een automatisme. Je voeten weten dan automatisch de plank te vinden.

De gevorderde rijder zal zo snel wisselen, dat een leek het bijna niet ziet. Wedstrijdrijders springen zelfs over.

Om te beginnen met wisselen, draai je je de hak van de voet op de plank naar buiten; van de plank af.  Zo creëer je ruimte voor het voorste deel van de andere voet. Die zet je er naast en dan haal je het standbeen van de plank. Tijdens de afzet heb je zo de ruimte om je andere voet helemaal op de plank te schuiven.

2. De afzet bij het steppen.

Belangrijk is relaxed af te zetten, niet te krampachtig. Maar let wel: echt ver doorzwaaien van het been naar achteren kan relaxed aanvoelen, maar niet overdrijven. Een korte afzet, dus een korte zwaai (met kniebuiging) naar voren en een ritmische afzet is vaak het beste.

3. Klimmen / afdalen/ vlak.. daar zit veel verschil in qua techniek.

Hou altijd 2 handen aan het stuur tijdens het steppen.

Hou altijd 2 handen aan het stuur.

Bij het klimmen gebruik je een korte zwaai, een hoog beenritme en zeker niet te ver naar achteren afzetten. Goede klimmers herken je aan hun rechte houding. Ze zitten niet diep voorovergebogen over het stuur, maar kijken met een vrij rechte (relaxte) houding recht vooruit en zetten met een hoog tempo in korte pasjes af.

Het afdalen is een specialisme op zich. In wedstrijden zie je de rijders helemaal in zithouding naar beneden stormen. Dat ziet er indrukwekkend uit. Let wel een stepper daalt ontzettend snel af, je gewicht zit lager dan bij een fietser! Je maakt dus veel snelheid. Dat is leuk, maar vallen is minder.
Snel afdalen gaat als volgt: Je zet beide voeten (tenen) achter elkaar op plank (ook kniëen in één lijn achter elkaar), pak het stuur stevig vast en breng je gewicht zo ver mogelijk op het voorwiel. Je armen zo dicht mogelijk tegen het lichaam. Volg je dit exact op, dan rol je als een baksteen naar beneden (een helm is bij afdalingen zeker een aanrader en een realistisch kijk op snelheid is een minimale vereiste).

Steppen in de polder (vlak), daarbij zie je meest uiteenlopende technieken. Lange afzet, grote beenzwaai, kortere afzetten, kortere beenzwaai. Het hangt eigenlijk een beetje af van de wind. Steppen je met de wind in de rug, dan kan een langere zwaai relaxter zijn. Tegen de wind voelt eigenlijk een beetje aan als klimmen, dus een korte afzet is vaak het meest productief.

4. V-shaping

Met de juiste techniek maak je meer snelheid!

Met de juiste techniek maak je snelheid!

Een wedstrijdstepper heeft zeker 1,5 jaar nodig om alle technieken goed onder de knie te krijgen en dan nog leer je bij. In veel wedstrijden is het sparen van energie in het peloton essentieel. Er wordt vaak snel gestart en na ca. 5 km stabiliseert het tempo.

Veel beginners denken: hierdoor ik kom nooit op dat niveau, maar schijn bedriegt. Kun je de eerste kilometers aanhaken, dan is niet onwaarschijnlijk, dat je de kopgroep kunt volgen tot aan de finish. Tenzij er een paar snel wegdemareren. Tijdens de wedstrijd probeert men vaak te demareren uit de groep. Het is dan belangrijk om mee te sprinten en uit de wind te rijden. Dat scheelt heel veel energie. Belangrijk is als startende stepclub hier dan ook op te trainen in een groepje. Ga eens een keer in V-vorm rijden en voer het tempo op.

5. Het stuur

relaxed steppen

Hou het stuur losjes vast…….

Wat je ook vaak bij beginners ziet, is dat men krampachtig aan de stuur hangt. Dit is niet goed. Het stuur ferm vasthouden is OK, maar krampachtig kost veel te veel energie en is niet relaxed. Je kunt dit oefenen door te steppen met twee vingers op het stuur. Als je dit helemaal niet kunt, probeer dan te letten op een meer relaxte houding.

Velen denken dat een hoog stuur relaxter rijdt. Dit is een misvatting. Het voelt misschien relaxed aan, maar het is energieverspillend. Bij een laag stuur vang je minder wind en gebruik je de schaatshouding in je rug om energie te sparen (de schaatshouding is holle buik/bolle rug, zonder krampachtig je spieren te gebruiken). De kern zit hem in de realiteit, hoe lager het stuur hoe minder wind je vangt, en hoe makkelijker de afzet, dus het kost minder energie.

6. Plankhoogte

Hoger lager de plank, hoe minder hoog je je eigen gewicht op hoeft te tillen. En hoe sneller je kan steppen! De ideale plankhoogte is vrij laag, zonder te vaak over het wegdek te schrapen. De meeste moderne steps, zoals Kostka, Footfighter en Kickbike hebben een laag footboard, wat zelfs nog verder verlaagd kan worden met het geïntegreerde verlagingsset. Voor wedstrijdrijders is dit geen overbodige luxe. Je plankhoogte beïnvloed in hoge mate je energieverlies.